ZOEK

Zzp'ers

Zelfstandigen zonder personeel (zzp'ers)

Het aantal zzp’ers is de afgelopen tien jaar gestaag toegenomen. Hun aandeel in de beroepsbevolking groeide volgens cijfers van het CBS van 6 procent in 1996 naar 9 procent in 2008. Wel lijkt die groei (vooralsnog) tot stilstand gekomen; in 2009 waren er voor het eerst minder zzp'ers dan het jaar daarvoor. Zzp'ers maken deel uit van de flexibele schil, waarvan werkgevers in moeilijke tijden het eerst afscheid nemen. Dit kan een reden zijn voor de huidige stagnatie van het aantal zzp’ers.
De groep is zeer heterogeen en werkzaam in verschillende branches en uiteenlopende beroepen. De opkomst van zzp'ers heeft ontegenzeglijk een impact op de arbeidsmarkt en op de arbeidsverhoudingen. Zzp’ers voorzien hun opdrachtgevers in een behoefte aan flexibiliteit en specifieke expertise. Maar het zzp-schap biedt ook flexibiliteit voor de zzp’er zelf. Eigen baas kunnen zijn en interessant werk uit kunnen kiezen is daar één factor van. Het zzp-schap kan mensen daarnaast voorzien in flexibiliteit wat betreft werktijden en werkplek, en daarmee in het combineren van arbeid en zorg. Voor mensen in een uitkeringssituatie biedt het zzp-schap een mogelijkheid om uit deze situatie te komen.
 

Wat doet de RWI op dit terrein?

In 2009 heeft de RWI onderzoek laten doen naar de wijze waarop zzp'ers aan hun marktpositie werken, en in hoeverre zij daarbij knelpunten ondervinden. Daarbij is in kaart gebracht in hoeverre zzp'ers investeren in hun marktpositie via onder meer netwerken, scholing en het tegengaan van arbeidsrisico’s. Uit het onderzoek 'Zzp'ers en hun marktpositie' komt naar voren dat de meerderheid van de zzp’ers medio 2009 ondanks de crisis (vooralsnog) goed in staat was om de orderportefeuille op peil te houden. De marktpositie van zzp’ers lijkt echter ook kwetsbaar: zo lang het goed gaat, is er niets aan de hand. Maar wat als de huidige opdrachtenstroom opdroogt? Zzp’ers hebben het vooral druk met het uitvoeren van lopende opdrachten en het werven van de ‘opdracht(en) van morgen’. Zzp’ers hebben vaak geen bewuste marktstrategie voor de langere termijn en investeren in geringe mate in het ontwikkelen van hun ondernemersvaardigheden. Een relatief kleine groep (12 procent) geeft in het onderzoek aan vanwege de crisis moeite te hebben het hoofd boven water te houden.


Zzp’ers die vanwege de crisis in de problemen komen, kunnen zich voor hulp melden bij de gemeenten. In het kader van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) kunnen gemeenten zzp’ers, maar ook andere zelfstandigen en startende zelfstandigen financiële steun geven. Uit het onderzoek ‘Ondersteuning van zzp’ers door gemeenten’ dat begin 2010 is uitgevoerd blijkt dat het gebruik van het Bbz tussen 2007 en 2009 met 32 procent is toegenomen. De meeste ondernemers die een beroep doen op het Bbz zijn zzp’er. Vooral zelfstandigen uit de bouw, de financiële sector, de transportsector en de ICT-sector kloppen aan voor hulp. Gemeenten zoeken naar manieren om hen zo goed mogelijk te helpen. De stijging van het aantal aanvragen schrijven gemeenten voornamelijk toe aan de financiële en economische crisis, maar ook de grotere bekendheid van de regeling speelt een rol.


Gemeenten geven aan dat zelfstandigen in veel gevallen laat of zelfs te laat aankloppen voor hulp. Verder ervaren gemeenten een aantal problemen rond de toegankelijkheid van het Bbz. Zo geven ze aan dat zelfstandigen die in deeltijd werken of die door de crisis minder opdrachten hebben, niet altijd in aanmerking komen voor ondersteuning door het urencriterium in het Bbz. De wet- en regelgeving biedt toepassingsruimte voor gemeenten. Veel gemeenten maken hier dan ook gebruik van. Zo gaan ze coulanter om met de levensvatbaarheidstoets en het urencriterium. Daarnaast hebben gemeenten extra activiteiten ontplooid, zoals schuldhulpverlening en het inzetten van coaching en advies. De RWI verwacht dat het onderzoek een goede inspiratiebron kan vormen voor gemeenten die op zoek zijn naar manieren om de dienstverlening aan zzp'ers te intensiveren en te verbeteren.