Het vinden van werk is dé kans voor mensen om vooruit te komen in het leven. De kans op werk brengt ook perspectief in de grote steden en aandachtswijken met een grote werkloosheid. Waar arbeidsparticipatie (nog) niet aan de orde kan zijn, is maatschappelijke participatie (weer meedoen in het maatschappelijk leven, anderen ontmoeten) een eerste stap met een eigen toegevoegde waarde voor de sociale cohesie. De mogelijkheden om op wijkniveau bedrijvigheid en werkgelegenheid te organiseren, zijn echter beperkt. De meeste wijkbewoners zijn aangewezen op de gewone – vaak regionale – arbeidsmarkt en het daartoe ingerichte reguliere arbeidsmarkt- en re-integratiebeleid. Dat is ook logisch: de meeste mensen werken buiten hun woonwijk. Het op wijkniveau aanpakken van arbeidsmarktknelpunten moet dan ook gezien worden als een aanvulling op of verbijzondering van dat reguliere lokale, regionale en landelijke arbeidsmarktbeleid. Maar wel een aanvulling of verbijzondering die gerechtvaardigd is vanwege de hardnekkige problemen in de veertig aandachtswijken en de belangrijke rol die werkloosheid daarbij speelt. Anders gezegd: het vinden of behouden van werk is zo belangrijk voor de sociale cohesie in de aandachtswijken, dat dit aparte aandacht en inzet verdient.
In december 2010 bracht de RWI ‘Kansen bekeken’ uit. Hierin worden de onderzoeksresultaten van het CBS-onderzoek ‘Geen kans of geen keuze’ geanalyseerd. Hierbij is samengewerkt met de gemeenten Amsterdam, Den Haag, Utrecht, Rotterdam en Dordrecht. Samen met deze gemeenten heeft de RWI een voorbeeld willen geven van de wijze waarop reeds beschikbare informatie via een aantal bewerkingsslagen kan worden benut om meer specifieke, beleidsrelevante informatie voor gemeenten te genereren. In de analyse wordt de groep niet-uitkeringsgerechtigden (de ‘nuggers’) ingedeeld in acht typen, zoals ‘de jonge kanshebber’, ‘de oudere huisvrouw’, de ‘recentelijk inactieve’ en ‘de jonge moeder’. Deze indeling in typen maakt duidelijk wie kans hebben op werk en wie gemotiveerd zijn om werk te vinden. De analyse is een vervolg op het onderzoek ‘Geen baan, geen school, geen uitkering’ dat de RWI in 2009 uitbracht. Hierin werden de omvang en achtergrondkenmerken van niet-uitkeringsgerechtigden op landelijk, stedelijk en wijkniveau gepresenteerd. Op 21 januari 2009 organiseerden RWI en Nicis de Startconferentie Publiek-privaat ondernemerschap: de wijk aan het werk. Tijdens deze drukbezochte conferentie in het Transport- en Scheepvaartcollege in Rotterdam gingen betrokkenen vanuit steden, bedrijfsleven en woningcorporaties met elkaar in gesprek over de vraag hoe via publiek-private samenwerking meer volume en samenhang, en meer werk voor wijkbewoners kan worden gerealiseerd. Van deze conferentie is een verslag gemaakt.
Naar aanleiding van een adviesaanvraag van de minister voor Wonen, Wijken en Integratie (WWI), heeft de RWI in 2007 het advies De wijk Inc; Ondernemerschap en arbeidsparticipatie in aandachtswijken uitgebracht. De RWI stelt dat er goede mogelijkheden zijn om de sociaaleconomische situatie in probleemwijken te verbeteren. De RWI bepleit slimme, innovatieve deals en coalities tussen bedrijfsleven, projectontwikkelaars, gemeenten, woningcorporaties, onderwijsinstellingen en bewoners. Nicis Institute heeft op verzoek van de RWI veertig inspirerende praktijkvoorbeelden van publiek-private samenwerking geïnventariseerd: Arbeidsparticipatie wijken; Analyse praktijkvoorbeelden (2007).