Cliëntenparticipatie is in de sociale zekerheid een belangrijke manier om cliënten van UWV en gemeenten inspraak te geven in de wijze waarop de ketenpartners hun dienstverlening vormgeven. In de meeste gemeenten – circa 95 procent - zijn cliëntenraden actief, gebaseerd op de verordeningplicht die in de WWB (art. 47) is opgenomen. UWV kent een eigen Regeling Cliëntenparticipatie die voorziet in een cliëntenraad op centraal niveau en elf cliëntenraden op het niveau van de districten. Op 1 januari 2010 waren een honderdtal werkpleinen operationeel. Hier bieden gemeenten en UWV hun diensten integraal aan. Opnieuw verandert daarmee de uitvoeringsstructuur van de sociale zekerheid. Ten aanzien van cliëntenparticipatie geldt het uitgangspunt dat deze de structuur volgt van de uitvoering. Een gewijzigde uitvoeringsstructuur heeft dus ook gevolgen voor de inrichting van cliëntenparticipatie in de keten van werk en inkomen. In de Wet SUWI is daarom een gezamenlijke zorgplicht opgenomen voor gemeenten en UWV om zorg te dragen voor cliëntenparticipatie op het niveau van de werkpleinen.
Naar aanleiding van een door de Tweede Kamer aangenomen motie (31514 nr. 28) heeft de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in december 2008 de RWI verzocht een handreiking op te stellen over de invulling van Cliëntenparticipatie op het niveau van de Werkpleinen. Door de RWI zijn een groot aantal gesprekken gevoerd met belanghebbenden en is een expertmeeting georganiseerd. Daarnaast zijn in opdracht van de RWI een tweetal casestudies verricht naar ketenbrede cliëntenparticipatie. Deze informatie is door de RWI verwerkt in Goede raad. Handreiking Cliëntenparticipatie Werkpleinen.
Op de website van de Landelijke Cliëntenraad vindt u meer informatie over dit onderwerp.