De overheid beoogt met haar beleid zoveel mogelijk mensen in staat te stellen volwaardig deel te nemen aan de samenleving. Daarvoor is onder meer nodig dat burgers beschikken over voldoende inkomen. Voor mensen met arbeidspotentieel is de beste voorwaarde hiervoor het hebben van een betaalde baan. Bij de keuze en inzet van de beleidsinstrumenten wordt door het rijk gezocht naar een evenwicht waarbij enerzijds de prikkels om een betaalde baan te aanvaarden zo groot mogelijk zijn en anderzijds er bij het uitblijven van een betaalde baan voldoende inkomen is om deel te nemen aan de samenleving.
Ook op lokaal, gemeentelijk, niveau is er een beleidsinzet om de inkomenspositie van minima te verbeteren. De eerste weg naar inkomensverbetering is in vrijwel alle gemeenten vormgegeven in een lokaal armoedebeleid. In het kader van dit beleid kunnen burgers die beschikken over een laag inkomen in aanmerking komen voor inkomensondersteunende maatregelen, ongeacht of er mogelijkheden bestaan om via het verrichten van arbeid een hoger inkomen te genereren. De tweede weg naar inkomensverbetering loopt via re-integratie van werkzoekenden.
Eind 2008 is de RWI een onderzoekstraject gestart naar de samenhang tussen lokaal armoedebeleid en re-integratie. Het onderzoek heeft plaatsgehad onder 10 gemeenten en heeft informatie opgeleverd over de beleidsmatige keuzes en de uitvoering hiervan die binnen deze gemeenten plaatsvinden op het gebied van inkomensondersteuning en re-integratie. Het onderzoek is inmiddels opgeleverd. Op korte termijn zal besloten worden of de RWI op dit terrein verdere stappen zet.