Het kabinet stelt jaarlijks een substantieel bedrag beschikbaar om uitkeringsgerechtigden en werklozen aan (regulier) werk te helpen. Met regelmaat wordt de vraag gesteld: wordt dit geld wel effectief besteed? Worden de middelen voldoende selectief ingezet? Gaat er geen publiek geld naar werkzoekenden die ook zonder ondersteuning hun weg naar de arbeidsmarkt wel kunnen vinden? Worden er niet te dure instrumenten ingezet?
In december 2011 heeft de RWI het Factsheet re-integratie 2011-2012 utigebracht. Het Factsheet biedt een handzaam en samenhangend overzicht van wat bekend is over uitgaven, doelstellingen, bereik en effectiviteit met betrekking tot re-integratie in Nederland. De komende jaren komt er fors minder publiek geld beschikbaar voor de re-integratie van bijstandsgerechtigden, WW’ers en arbeidsongeschikten. Het belang van duidelijke keuzes bij de inzet van resterende re-integratiebudgetten neemt daarmee toe, evenals de efficiëntie. Het is daarbij van belang om op de hoogte te zijn van de feiten.
Uit het Factsheet blijkt dat de resultaten die met de inzet van re-integratiedienstverlening worden geboekt, zijn afgenomen: minder mensen vinden weer een baan. De economische crisis is hiervan de belangrijkste oorzaak. De zogenoemde 60 procent doelstelling die het kabinet een aantal jaren heeft gehanteerd (en gerealiseerd), heeft het kabinet inmiddels losgelaten. De doelstelling houdt in dat 60 procent van degenen die met re-integratie starten binnen 2 jaar is uitgestroomd naar werk. Sinds 2006 daalt dit percentage, voor ondersteuning die liep in de periode 2008-2010 tot 52 procent.
Een deel van de re-integratie-uitgaven wordt besteed om mensen aan het werk te houden. Zij werken bijvoorbeeld in de sociale werkvoorziening of via werkvoorzieningen vanuit arbeidsongeschiktheidsregelingen (WIA, WAO). Deze uitgaven zijn in veel gevallen blijvend nodig om iemand aan het werk te houden. In combinatie met de forse bezuinigingen kunnen werklozen en uitkeringsgerechtigden die nog een plek op de arbeidsmarkt moeten veroveren en aangewezen zijn op re-integratiemiddelen, nog maar in zeer beperkte mate rekenen op dienstverlening vanuit publieke middelen. Werklozen zullen vooral zelf aan de slag moeten om nieuw werk te vinden. Overigens vonden in 2010 166.000 mensen vanuit de WW een nieuwe baan zonder ondersteuning, tegen 138.000 met ondersteuning.
Ook in 2010 en 2009 publiceerde de RWI Factsheets: Factsheet re-integratie 2010 en het Factsheet re-integratie 2009.
In 2011 is het onderzoek 'Procesanalyse re-integratie' gepubliceerd. Hierin is voor een aantal individuele cliënten het re-integratieproces gevolgd: wat is er gedaan, wanneer en waarom. Deze aanpak levert een zeer bruikbaar beeld op van het verloop van re-integratie in de dagelijkse praktijk. Het onderzoek biedt goede aanknopingspunten voor verbetering van het re-integratieproces. Deze staan samengevat in de analyse ‘Lessen uit de procesanalyse re-integratie’. Begin 2012 wordt een onderzoek naar cliëntstromen gepubliceerd. Doel van het onderzoek is om op basis van databronnen bij het CBS zicht te krijgen op cliëntstromen in de sociale zekerheid en het bereik van re-integratiedienstverlening. Het gaat hierbij om overgangen van en naar werk, diverse uitkeringsvormen en inactiviteit. Het onderzoek levert tevens nadere informatie over de samenstelling van de uitkerings- en re-integratiepopulatie en van de groep die succesvol wordt gere-integreerd. Dit kan een bijdrage leveren aan een betere inzet van re-integratiemiddelen.