ZOEK

Verdienen naar Vermogen : Eerste voortgangsrapportage Werken naar Vermogen Pilot IV: Loondispensatie

C.M. van Ommeren, L. Coenen, M. Engelen, Research voor Beleid, Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Research voor Beleid, Zoetermeer
mrt 2011 Rubriek: Arbeidsongeschiktheid en zorg

Onder de noemer 'Werken naar vermogen' voert het kabinet in de periode 2010-2013 vier pilots uit die samen antwoord moeten geven op de vraag: "Hoe kunnen meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk worden geholpen in een reguliere baan?". Een van de pilots is gericht op het 'toetsen van een nieuwe systematiek, waarbij de inzet van het instrument loondispensatie centraal staat'.
Loondispensatie betekent dat de werkgever minder dan het wettelijk minimumloon (WML) mag betalen als de werknemer door zijn arbeidsbeperking minder productief is. Aan deze pilot doen 32 gemeenten mee. Research voor Beleid is gevraagd de pilot te monitoren en evalueren. Het onderzoek resulteert halfjaarlijks in een rapportage.
Binnen de pilot Loondispensatie worden zes verschillende methodieken toegepast om loonwaarde te meten. Op basis van de uitgevoerde literatuurstudie is te concluderen dat alle zes methoden leiden tot een bepaling van loonwaarde volgens de gestelde definitie: de methoden bieden allen inzicht in de verminderde arbeidsprestatie van een werknemer. Hierbij is bij alle methoden de (eventuele) arbeidsbeperking van de werknemer in zijn specifieke functie op het moment van loonwaardebepaling leidend voor de hoogte van de loonwaarde.
De operationalisering van de loonwaarde verschilt echter per methode. Bij vijf van de zes methoden vormen competenties de belangrijkste sleutel tot loonwaardebepaling. De uitwerking en inhoud van de competenties die worden meegewogen verschilt echter. Ook is er variatie in de wijze waarop zaken als (functionele) beperkingen van de medewerker, de zwaarte van de functie, ziekteverzuim en (extra) begeleiding doorwerken in de loonwaarde.
Alle methoden verzamelen informatie over de werknemer, de werkgever en de functie. Waar het zwaartepunt ligt in de informatieverzameling verschilt echter per methode. Zo leggen Actíva en Dariuz relatief veel nadruk bij de werkgever, terwijl bij EduPer Loonbalans de focus op de werknemer ligt. Ook de wijze van uitvoering verschilt per methode. De meetinstrumenten variëren van vragenlijsten, interviews en gestandaardiseerde tests tot observatie-onderzoek. Het uitvoeren van de loonwaardemeting aan de hand van deze instrumenten kan in handen liggen van de ontwikkelaar (zoals bij de VTA-methodiek van Pantar en EduPer Loonbalans). Bij andere methoden worden medewerkers van de uitvoerende organisatie getraind om de loonwaardebepaling zelf uit te voeren. Dit gebeurt bij Dariuz, Matchcare, Arbolab en Actíva. Meestal is het ook dan nog wel mogelijk de ontwikkelaar de methode te laten uitvoeren.
Bron: rapport; bewerking RWI
 


Naar het rapport