ZOEK

Participatie-ontwikkeling in perspectief : over de klanten van de sociale dienst

H. Bosselaar, Meccano kennis voor beleid, Divosa
Divosa, Utrecht, ISBN 978-90-75892-00-0.
mei 2011 Rubriek: Re-integratie

Dit onderzoek draait om twee vragen: welke mensen krijgen wanneer een re-integratie- of participatievoorziening? En wat was in 2010 de ontwikkeling van gemeentelijke klanten op de participatieladder? Met dit onderzoek heeft Divosa een eerste meting verricht naar de participatie-ontwikkeling van gemeentelijke klanten.
In de deelnemende gemeenten zijn in 2010 circa 30.000 klanten ingestroomd. Ten opzichte van het 'oude' bestand gaat het om een instroom van ruim eenderde.
In 2010 bedroeg het landelijke totaal toegekende gemeentelijke reintegratiebudget - het W-deel - circa 1,4 miljard euro. De gemeenten in het onderzoek kregen circa 350 miljoen toegekend, ofwel iets minder dan een kwart van dit budget. Zij namen uit 2009 nog eens circa 80 miljoen 'mee', zodat zij in totaal ruim 400 miljoen aan re-integratiemiddelen konden inzetten. Het totaal bestede bedrag is 'iets' lager, namelijk ruim 400 miljoen.
Dit onderzoek brengt voor het eerst de dynamiek van het gemeentelijk klantenbestand in kaart aan de hand van de treden van de participatieladder. Dit geeft een genuanceerder beeld dan dat alleen, zoals over het algemeen gebruikelijk, wordt gekeken naar de uitstroom uit het bestand. Het is mogelijk een eerste indruk te geven van deze dynamiek, hoewel de uitkomsten gebaseerd zijn op een zeer klein aantal (negen) gemeenten. Omdat dit relatief grote gemeenten zijn, gaat het hier wel om circa 60.000 klanten uit de gemeentelijke bestanden uit 2009.
De dynamiek in het bestand 2010 ten opzichte van 2009 was als volgt:
- Ongeveer tweederde van de klanten bleef op dezelfde trede van de participatieladder.
- Vooral de dynamiek van klanten op treden één en twee is relatief beperkt: driekwart veranderde niet van trede.
- De dynamiek van klanten op trede vier is het grootst: 61% kwam op een nieuwe trede of stroomde uit.
- Van de dalers op de participatieladder komt zeker tweederde van één trede hoger.
- Van de stijgers zijn relatief veel stijgers op trede drie afkomstig van trede één: tweederde tegenover eenderde van trede twee. Dit zijn mensen die aanvankelijk geïsoleerd leefden, maar zijn gaan deelnemen aan georganiseerde activiteiten.
- Van de stijgers op trede vijf blijkt meer dan de helft afkomstig te zijn van trede drie.
Bron: rapport; bewerking RWI
 


Naar het rapport