ZOEK

Arbeidsmarktpositie van niet-westerse allochtonen : de stand van zaken

S. Bouma, L. Coenen en A. Kerckhaert, Research voor Beleid, Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Research voor Beleid
mrt 2011 Rubriek: Doelgroepen

In opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid brengt Research voor Beleid de arbeidsmarktpositie van niet-westerse allochtonen in kaart. Het onderzoek is zowel gericht op kwantitatieve gegevens over de arbeidsmarktpositie als kwalitatieve informatie over succesfactoren, belemmeringen en verklaringen. De aandacht gaat in het bijzonder uit naar allochtone meisjes omdat zij het betrekkelijk goed doen op school, maar na het verlaten van school vaak geen betaalde baan hebben. Het onderzoek bestaat uit analyse van CBS-cijfers, een literatuurstudie, interviews met 40 allochtone meisjes en interviews met arbeidsbemiddelaars. De resultaten van het onderzoek zijn in april 2011 aan de Tweede Kamer verstuurd.
Uit het onderzoek blijkt dat - vooral bij laagopgeleide en eerste generatie allochtonen - sprake is van een cumulatie van problemen. Belangrijke problemen aan de kant van de allochtonen zelf zijn een gebrekkige kennis van de Nederlandse taal, een gebrekkige kennis van het onderwijs(stelsel) en de arbeidsmarkt, weinig betrokkenheid van ouders bij het onderwijs, armoede en schuldenproblematiek, een passieve houding tijdens het sollicatieproces en traditionele opvattingen over de rollen van mannen en vrouwen. Door deze problematiek is de arbeidsparticipatie van allochtonen relatief laag en de werkloosheid relatief hoog. Bovendien zijn allochtonen vaker werkzaam in kwetsbare banen en sectoren, zodat zij tijdens een recessie sneller werkloos raken dan autochtonen en minder doorgroeimogelijkheden hebben. Naast deze interne factoren spelen ook externe factoren een belangrijke rol. Er zijn sterke aanwijzingen dat er sprake is van discriminatie van allochtonen op de arbeidsmarkt, waardoor sommige groepen de kans niet krijgen om zelf hun arbeidsmarktpositie te verbeteren. Hierdoor kan een zelfversterkend effect ontstaan: allochtonen ondervinden interne belemmeringen en hebben een slechtere arbeidsmarktpositie, hierdoor ontstaat er een negatieve beeldvorming zodat werkgevers terughoudend zijn met het aannemen van allochtonen, met als resultaat dat de arbeidsmarktpositie relatief slecht blijft.
Bron: website Research voor Beleid; bewerking RWI
 


Naar het rapport