ZOEK

Onderzoek Evaluatie WIA

B. Cuelenaere, T.J. Veerman ...[et al.], AStri & ECORYS
AStri, Leiden
jan 2011 Rubriek: Arbeidsongeschiktheid en zorg

De centrale vraag in de evaluatie is: In welke mate draagt de WIA bij aan werk en inkomen naar arbeidsvermogen? De doelen die bij de invoering van de WIA gesteld zijn hadden betrekking op de instroombeperking, op de mate van werkzaamheid in de WGA (werken naar vermogen) en op inkomensbescherming.
- De instroom in de WIA is vooralsnog lager dan destijds geraamd was. Het achterblijven van het aantal IVA-uitkeringen en van het aantal gedeeltelijke WGA-uitkeringen veroorzaken dit goede resultaat. Het aantal volledige WGA-uitkeringen is juist hoger dan geraamd. De lage instroom in de WIA is slechts gedeeltelijk veroorzaakt door de WIA zelf en dan met name door de toelatingscriteria voor de WIA. Er komen ook minder mensen aan de poort van de WIA door de wetgeving Poortwachter en de Wet verlenging loondoorbetaling bij ziekte. Deze wetgeving prikkelt organisaties een verzuim- en reintegratiebeleid te voeren. Werkgevers zijn actiever geworden als het gaat om preventie, verzuim en re-integratie.
- De mate van werkzaamheid loopt licht achter bij de ramingen destijds. Verwacht was een werkzaamheid van 65% voor gedeeltelijk WGA’ers. Anno 2010 is een percentage van 63% van de WGA’ers werkzaam die reguliere werknemer waren en 27% van de WGA’ers uit het vangnet. Hierbij zijn de zelfstandig werkzamen niet meegerekend. Als we alleen naar de verzekerden met een werkgever kijken dan zijn de ramingen ruimschoots gerealiseerd, wanneer de zelfstandigen meegeteld worden. De mate van werkzaamheid onder de vangnetters blijft echter ver achter. Gezien de zwaardere problematiek van deze groep en de benodigde medewerking van een nieuwe werkgever vraagt een hoger percentage werkende vangnetters ook veel inspanningen.
- De inkomensbescherming heeft voor de grootste groepen in de WIA het beoogde niveau bereikt, namelijk voor de IVA-gerechtigden, de werkende gedeeltelijk WGA’ers en de volledig WGA’ers. De niet werkende gedeeltelijk WGA’ers kunnen echter na de loongerelateerde uitkering te maken krijgen met een scherpe inkomensdaling tot onder het sociaal minimum. Binnen deze groep zijn de vangnetters oververtegenwoordigd die door het ontbreken van een werkgever minder kans hebben op werkhervatting. Om het percentage werkenden in deze groep en daarmee te inkomensbescherming voor deze groep te verbeteren is de medewerking van een nieuwe werkgever nodig. Daarnaast gaat het om de vraag in welke mate de uitvoering heeft bijgedragen aan de effectiviteit van de WIA.
- De uitvoering heeft een wezenlijke bijdrage geleverd aan de instroombeperking in de WIA door de wijze waarop de toelatingscriteria geïmplementeerd zijn. Met name de uitvoering van het duurzaamheidskader en het reeds voor de invoering van de WIA aangepaste Schattingsbesluit zijn hiervoor van belang geweest.
- De uitvoering heeft een bijdrage geleverd aan de mate van werkzaamheid in de WIA. Voor gedeeltelijk WGA’ers wordt door UWV begeleiding geboden en worden trajecten ingezet. Juist voor vangnetters, die in veel mindere mate werkzaam zijn bij aanvang van hun WGA-uitkering, heeft UWV veel trajecten ingezet. Dat het percentage werkende vangnetters onder de gedeeltelijk WGA’ers toch achterblijft is een aandachtspunt voor alle betrokken actoren: beleidsmakers, uitvoering en sociale partners.
- De uitvoering heeft een bijdrage geleverd aan adequate inkomensbescherming. Dat is naast het reguliere proces van uitkeringsverstrekking ook gebeurd door het tijdig instellen van voorschotregelingen. Nadeel van de voorschotregelingen en van de achterstanden bij het verrekenen van inkomsten is dat verzekerden soms het zicht op hun uitkeringssituatie kwijt raken en daardoor niet meer het overzicht hebben hoe werken loont.
- UWV verricht veel inspanningen voor de grootste groep in de WIA: de volledig WGA’ers. Voor deze groep worden re-integratievisies opgesteld en herbeoordelingen uitgevoerd. De resultaten van deze inspanningen zijn beperkt in termen van vermeerdering van restverdiencapaciteit. Het beoordelingskader van de WIA leidt voor degenen aan wie een volledige WGA-uitkering is toegekend niet snel tot toekenning van een lager arbeidsongeschiktheidspercentage of een IVA uitkering. Degenen die onder de WGA volledig arbeidsongeschikt worden bevonden blijven dat in veel gevallen, zij het dat zij niet duurzaam arbeidsongeschikt worden bevonden. Dit betekent dat een groot deel van de uitvoeringsinspanningen voor deze groep niet direct tot resultaten leiden. Dit is aanleiding voor de vraag of de inzet van deze uitvoeringsinstrumenten voor deze groep effectief is.
Bron: rapport; bewerking RWI
 


Naar het rapport