In dit advies geeft de SER zijn visie op de positie van zelfstandig ondernemers zonder personeel (zzp’ers). Daarbij gaat hij in op de vraag of het stelsel van arbeidsverhoudingen, fiscaliteit en sociale zekerheid voldoende is toegesneden op een toenemende variëteit aan arbeidsrelaties. Kern van het advies: zzp’ers dragen op veel terreinen en in verschillende mate bij aan de samenleving en de economie en daarmee aan de sociaal-economische dynamiek. De opkomst van de zzp’er vraagt op een aantal terreinen om aanpassing van beleid. Dat geldt vooral op het gebied van arbeidsongeschiktheid, arbeidsomstandigheden, scholing en pensioenen. Het advies doet een aantal voorstellen die ertoe moeten leiden dat zzp’ers zich desgewenst kunnen verzekeren tegen het arbeidsongeschiktheidsrisico. Het ziet in het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz) goede mogelijkheden om ondernemers met een levensvatbaar bedrijf te ondersteunen in moeilijke tijden. Zzp’ers zijn zelf verantwoordelijk voor hun oudedagsvoorziening in aanvulling op de AOW. Het is dan ook nodig dat zij zich voldoende bewust zijn van hun pensioensituatie. Hier ligt een taak voor de Kamers van Koophandel en voor de organisaties van zelfstandigen. Het advies vindt ten principale dat de arbeidsomstandigheden, het beschermingsniveau en de veiligheid op de werkplek gelijk moeten zijn voor alle werkenden op de betreffende werkplek. Net als voor alle andere werkenden is scholing ook voor zzp’ers van belang. Naast het wegnemen van onnodige belemmeringen voor het volgen van scholing door zzp’ers, pleit het advies ervoor dat bij de vormgeving van beleid in het kader van een leven lang leren expliciet rekening wordt gehouden met de positie en behoeften van zzp’ers. Bron: website SER; bewerking RWI
Naar het advies