Het arbeidsmarktbeleid van gemeenten staat sinds een aantal jaren in de volle belangstelling. Door de decentralisatie van beleid in 1996 (invoering nieuwe Algemene Bijstandswet (AB) en de stapsgewijze budgettering van de bijstand (vanaf 2001) is het voor gemeenten noodzakelijk het aantal mensen met een WWB-uitkering zo veel mogelijk te beperken. De financiële gevolgen voor de gemeentelijke begroting kunnen immers groot zijn. Gemeenten hebben daarom een groot belang bij een goed werkende regionale arbeidsmarkt. Door middel van een effectief arbeidsmarktbeleid kunnen ze hier zelf een bijdrage aan leveren. De kredietcrisis zal op korte termijn zorgen voor een sterk oplopende (jeugd)werkloosheid en toename van de WW en de bijstand. Dit kan desastreuze gevolgen hebben voor de gemeentelijke begrotingen. De bal ligt daarom nu meer dan ooit bij de gemeentelijke bestuurders. Samen met sociale partners, UWV, scholingsorganisaties en jeugdzorg dienen zij tot regionaal werkende actieplannen te komen. Inzicht in de effectiviteit van het arbeidsmarktbeleid is daarom van het grootste belang. Vreemd genoeg is er weinig bekend over de effectiviteit van het gemeentelijk handelen op de arbeidsmarkt. Dat wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt doordat arbeidsmarktbeleid op lokaal of regionaal niveau op verschillende manieren wordt ingevuld. In deze studie worden op basis van literatuur een vijftal strategieën voor arbeidsmarktbeleid nader onder de loep genomen: 1. Controlerende sociale zekerheid: handhaving en fraudebestrijding. 2. Activerende sociale zekerheid: re-integratietrajecten zonder loonkostensubsidie. 3. Allocatie: betere afstemming van vraag en aanbod. 4. Werkgelegenheidsbeleid: gesubsidieerde arbeid in de vorm van trajecten met loonsubsidie. 5. Coördinatie en samenwerking: tussen gemeentelijke afdelingen, tussen gemeenten in de regio, in de keten, etc. Deze handelingsstrategieën in het arbeidsmarktbeleid zijn onderzocht op hun effecten op de instroom in de bijstand en op de uitstroom (naar werk) vanuit de bijstand. Daarbij is gecontroleerd op onafhankelijke factoren als de samenstelling van de bevolking, de situatie op de arbeidsmarkt, de regio en de grootteklasse van gemeenten. De conclusie van deze studie is dat de verschillende soorten arbeidsmarktbeleid een positieve invloed hebben, maar dat de effecten meestal klein zijn. Ook werken de maatregelen meestal niet over de volle breedte, maar verminderen sommige maatregelen alleen de instroom en andere alleen de uitstroom. Bepaalde maatregelen bevorderen wel de uitstroom uit de bijstand in het algemeen, maar niet de uitstroom naar werk. Het omgekeerde komt ook voor. Bron: rapport; bewerking RWI
Naar het rapport