Deze studie neemt het selectiegedrag van werkgevers onder de loep. Er is gebruik gemaakt van zogenoemde praktijktests: twee vergelijkbare - maar fictieve - kandidaten solliciteren per brief of telefonisch op bestaande vacatures. Op basis van ruim 1300 tests wordt vastgesteld of kandidaten met een niet-westerse achtergrond minder kans hebben om een uitnodiging te krijgen en of zij anders bejegend worden. Omdat alleen de etnische herkomst van de beide kandidaten verschillend is, kan goed worden vastgesteld of etniciteit een rol speelt in selectiegedrag van werkgevers. De belangrijkste conclusies: • Autochtoon Nederlandse sollicitanten hebben gemiddeld 44% kans een uitnodiging voor een sollicitatiegesprek te ontvangen. Vergelijkbare niet-westerse migranten hebben echter gemiddeld 37% kans op een sollicitatiegesprek. • Op lager en midden functieniveau liggen de kansen voor niet-westerse migranten respectievelijk 8 en 9 procentpunten lager. In de functies op HBO/WO-niveau hebben niet-westerse migranten bijna dezelfde kansen als autochtonen. • Bij functies met klantcontact bedraagt het verschil 9 procentpunten, bij functies zonder klantcontact is dit 5 procentpunten. • Het verschil in kans tussen autochtone mannen en niet-westerse mannen bedraagt 9 procentpunten, het verschil in kans tussen autochtone vrouwen en niet-westerse vrouwen is 5 procentpunten. • Met name in de horeca en de detailhandel liggen de kansen van autochtone Nederlanders en niet-westerse migranten ver uit elkaar (resp. 11 en 10 procentpunten). Bron: website SCP; bewerking RWI
Naar het rapport + bijlagen