Met ingang van 1 juli 2006 is de startersregeling voor mensen met een WW-uitkering in werking getreden. Met deze regeling kunnen mensen met behoud van de WW-uitkering starten als zelfstandige. Dit evaluatie-onderzoek moet antwoord geven op de volgende vragen: 1. Draagt de regeling bij aan uitstroom uit de uitkering? 2. Draagt de regeling bij aan stimulering van het ondernemerschap? 3. Welke (externe) effecten heeft de regeling in de praktijk? De onderzoekers komen tot de volgende conlusies: - De regeling zorgt voor een tragere uitstroom in het eerste half jaar en een snellere uitstroom in de periode daarna ten opzichte van starters met urenverrekening. Twee jaar na instroom in de uitkering zijn degenen die met de startersregeling zijn gestart vaker uitgestroomd dan degenen die met urenverrekening zijn gestart. - De regeling leidt tot naar schatting 1.000 à 1.500 extra starters per jaar. - De startersregeling heeft mogelijk een klein positief effect op het arbeidsaanbod en de productie. - De onderzoekers zien de volgende voordelen van de huidige startersregeling. • De regeling trekt een nieuwe groep starters met gunstige kenmerken; • De regeling is weinig fraudegevoelig. en de nadelen zijn: • De wijze van inkomstenverrekening stimuleert niet om snel uit te stromen uit de uitkering. • Het duurt erg lang voordat starters weten hoeveel ze moeten terugbetalen; • De regeling is ingewikkeld; • De regeling sluit niet aan bij urenverrekening na de eerste zes maanden. Bron: rapport; bewerking RWI
Naar het rapport