De onderzoekers is gevraagd om een geïntegreerde visie en theoretisch kader uit te werken met betrekking tot activering van maatschappelijk kwetsbare groepen, in het bijzonder mensen die in armoede leven. Als overkoepelend denk- en handelingskader voor deze vraagstelling opteren zij voor het empowermentparadigma. Empowerment geeft een verbindend perspectief voor activering in armoedesituaties. Het kleurt het denken en handelen in praktijk en beleid op een specifieke manier in. Een focus op krachten en competenties van mensen staat hierin centraal en dit samen met een gedeelde verantwoordelijkheid tussen alle betrokkenen op diverse niveaus. Niet enkel het versterken van de mensen in armoede is aan de orde, ook praktijkwerkers, organisaties en beleid zijn in het geding. In het empowermentdiscours wordt niemand opgegeven, niemand krijgt het etiket van ‘hopeloos’, ‘onbereikbaar’, ‘onbemiddelbaar’. De overkoepelende conclusie van het onderzoek luidt als volgt: Ten aanzien van het vastgestelde uitsluitingsrisico van de steeds sluitender wordende activeringsaanpak, biedt het empowermentparadigma een alternatief, maatschappelijk integrerend perspectief. De analyse van het activeringsdiscours helpt begrijpen dat de activerende aanpak steeds sluitender wordt. In dit discours kunnen twee onderstromen van argumenten voor activering worden onderscheiden: - sociale argumenten, gericht op het wegwerken van ongelijkheden en breuken in het sociale weefsel van de samenleving; - economische argumenten, met een engere focus gericht op het bevorderen van de werkzaamheidsgraad en (dus) de inzetbaarheid van iedereen. Conclusie is dat, hoewel de sociale en economische argumenten onvermijdelijk met elkaar verstrengeld zijn, de economische denkpiste, gezien de dominante plaats van het economische denken in ons maatschappelijk bestel, een overheersende impact heeft. Wanneer echter, zoals hier, activering in armoedesituaties aan de orde is, wordt het logisch vertrekpunt gevormd door het kader van activering uit sociaal oogpunt: het gaat om activering als een middel in de strijd tegen sociale ongelijkheid en uitsluiting (i.c. armoede), of nog: als een middel in de strijd voor maatschappelijke integratie. De analyse van de vele positieve functies die aan arbeidsparticipatie worden toegeschreven en van het perspectief van mensen in armoede zelf helpt dan begrijpen dat aan de steeds sluitendere activeringsaanpak ook een uitsluitingsrisico is verbonden. Bron: rapport; bewerking RWI
Naar het rapport