Wajongers maken meer kans in het MKB. Wat maakt die kans groter? En wat zijn de achterliggende oorzaken? Deze vragen vormen de directe aanleiding voor dit onderzoek. Buiten de sociale werkvoorziening werken, naar schatting 15.000 Wajongers bij een reguliere werkgever. Ruwweg 2 tot 3% van de werkgevers heeft één of meer Wajongers in dienst, zo blijkt uit het onderzoek. De inzichten die het onderzoek oplevert, vormen aangrijpingspunten voor verbetering en stimulering van arbeidsparticipatie van Wajongers. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat de aandacht voor arbeidsparticipatie van jongeren met een beperking groeit. De instroom in de Wajong neemt sterk toe. Daarom zet het kabinet in op forse uitbreiding van de werkgelegenheid van jonggehandicapten. De kans op werk is voor Wajongers groter bij kleinere bedrijven (MKB) dan bij grote bedrijven. Opvallend genoeg geldt dit alleen bij het in dienst treden. Wanneer Wajongers eenmaal ergens werken, is de kans dat zij dit werk behouden in het midden- en kleinbedrijf vrijwel net zo groot als in het grootbedrijf. De kansen worden bepaald door werkklimaat, begeleiding en kwaliteit van de werkomgeving die in principe ook in grotere bedrijven te realiseren moet zijn. Ook re-integratieprofessionals wijzen op die gelijke geschiktheid, maar lijken zich relatief vaak op het MKB te richten. Bron: rapport + website Vilans; bewerking RWI
Naar het rapport