De vraag die in deze verkenning centraal staat is hoe Nederland ervoor staat op weg naar een participatiemaatschappij en welke knelpunten er opdoemen. Om deze vraag te beantwoorden heeft de Raad ‘de staat van de participatie’ in kaart gebracht. Daarbij is gekozen voor een focus op arbeid, vrijwillige inzet en mantelzorg, en niet bijvoorbeeld politieke participatie, omdat dit activiteiten zijn die wat betreft tijd en inspanning de meeste belasting op mensen leggen. Tevens zijn het thema’s waarop zich veel beleidsinitiatieven ontwikkelen die elkaar op diverse punten lijken tegen te spreken. De Verkenning Participatie laat zien dat het met de algemene deelname van mensen aan arbeid, vrijwilligerswerk en mantelzorg in Nederland relatief goed gesteld is. Toch zijn er specifieke groepen die structureel weinig participeren en daarom specifieke aandacht behoeven zoals ouderen, jongeren met een functiebeperking en langdurig werklozen. Werkende ouders en werkende mantelzorgers, zogenaamde takencombineerders, participeren juist veelvuldig maar lopen daarbij het risico overbelast te raken. Wanneer participatie in perspectief van kosten en baten op langere termijn wordt gezet blijkt dat economische welvaart, sociale cohesie, persoonlijk welzijn en individuele welvaart dikwijls met elkaar concurreren. Dit leidt tot enkele participatiedilemma’s die de overheid samen met het bedrijfsleven en de civil society op weg naar een participatiemaatschappij zal moeten leren beheersen. Bron: website RMO; bewerking RWI
Naar het rapport