De Raad voor Werk en Inkomen (RWI) wil nader onderzoek naar de effectiviteit van reïntegratietrajecten voor arbeidsgehandicapten. De RWI heeft hierover minister De Geus van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vandaag een brief gestuurd. Uit een onderzoek in opdracht van de RWI is namelijk gebleken dat reïntegratietrajecten de kansen voor arbeidsgehandicapten op werkhervatting nauwelijks lijken te vergroten. De kans op werkhervatting lag voor arbeidsgehandicapten zónder traject op 27 procent, tegen slechts 34 procent mét reïntegratietraject. Volgens de RWI voert het te ver om op basis van de resultaten van dit relatief kleinschalige onderzoek algemene conclusies te trekken, maar is de noodzaak van een nader en uitgebreider onderzoek naar de gehele populatie arbeidsgehandicapten hiermee aangetoond.
Opvallend is dat uit een ander deel van hetzelfde onderzoek blijkt dat de kansen voor werklozen op werkhervatting door het volgen van een reïntegratietraject aanmerkelijk groter lijken te zijn: 73 procent mét, tegen 56 procent zónder traject. Het onderzoek van de RWI (uitgevoerd door SEO/TNO-Arbeid) biedt aanknopingspunten voor zowel het ministerie als het UWV om de manier waarop de aanbesteding van reïntegratietrajecten plaatsvindt te verbeteren. Om de beschikbare uitvoeringscapaciteit van het UWV en de beperkte financiële middelen voor de reïntegratie van arbeidsgehandicapten zo efficiënt en effectief mogelijk in te zetten, bepleit de RWI dat er vooraf meer duidelijkheid komt over de vraag voor wie inkoop van bepaalde activiteiten effectief is. Door transparantie op dit punt kunnen reïntegratie-inspanningen voortaan specifiek gericht worden op mensen voor wie deze activiteiten daadwerkelijk toegevoegde waarde hebben. Daarnaast wil de RWI dat het UWV bij de aanbesteding meer homogene doelgroepen gaat samenstellen. Dit heeft als voordeel dat er minder afroming van cliënten (= alleen actie op de kansrijke arbeidsgehandicapten) door reïntegratiebedrijven zal plaatsvinden. De reïntegratiebedrijven kunnen zo meer maatwerk leveren. Bovendien worden de kosten van reïntegratietrajecten hierdoor lager. SZW kan vervolgens, zo stelt de RWI, met het UWV scherpere prestatieafspraken maken. Er is immers meer informatie beschikbaar over de arbeidsmarktkansen van de diverse doelgroepen. Het UWV kan dan op zijn beurt hardere resultaten afspreken met de reïntegratiebedrijven.