Nu de economie enig herstel laat zien, worden de tekorten op de arbeidsmarkt zichtbaar. Deze tekorten ontstaan doordat beschikbare arbeidskrachten niet altijd de kennis en de competenties hebben die werkgevers vragen. Vacatures blijven hierdoor onvervuld en werklozen blijven aan de kant. Die onvervulde vacatures betekenen op hun beurt een rem op de groei. Dat stelt de Raad voor Werk en Inkomen (RWI) in de Arbeidsmarktanalyse 2011, die vandaag is aangeboden aan René Paas, voorzitter van Divosa.
De Arbeidsmarktanalyse 2011 laat zien dat de vergrijzing niet het einde betekent van de werkloosheid. Op delen van de arbeidsmarkt zal de vergrijzing tot problemen leiden, in bepaalde sectoren kunnen specifieke tekorten ontstaan. Dit kan de werkgelegenheidsontwikkeling binnen de sector stagneren, zoals bij de vorige hoogconjunctuur bijvoorbeeld het geval was in de metalektro. Uiteindelijk kan dit gevolgen hebben voor het geheel van de arbeidsmarkt. Het gevaar bestaat dat economisch herstel al snel zal worden afgeremd door specifieke tekorten op de arbeidsmarkt. Het ontbreken van de een betekent daardoor blijvende werkloosheid voor de ander.
Om dat te voorkomen is een krachtig arbeidsmarktbeleid nodig, gericht op productieve participatie, kwalificatie en allocatie.
Een verhoging van de participatie kan onder andere bereikt worden door het arbeidsperspectief van ouderen te verbeteren. Wie nu als 55-plusser zijn baan verliest, is in veel gevallen definitief voor de arbeidsmarkt verloren. Verder liggen er mogelijkheden in de vergroting van kleine deeltijdbanen en kunnen de arbeidsmogelijkheden voor werkzoekenden met een afstand tot de arbeidsmarkt worden vergroot.
Het investeren in de kwalificaties van medewerkers kan de werkzekerheid vergroten. Goed gekwalificeerde medewerkers wisselen immers makkelijker van baan. Daarbij is van belang om aandacht te hebben voor de verschillende talenten van werknemers. Talentherkenning, loopbaanadvies en mogelijkheden tot omscholing kunnen geheel nieuwe arbeidsperspectieven voor de betreffende werknemers opleveren. Hier ligt een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor werkgevers, werknemers en overheid. Jongeren moeten kunnen rekenen op een aantrekkelijk, maar ook een arbeidsmarktrelevant opleidingsaanbod. Onderwijsinstellingen moeten leerlingen goed voorlichten over de beroepsperspectieven die de opleidingen bieden. Het aantal beschikbare opleidingsplaatsen moet daarop worden afgestemd.
Een verbetering van de allocatie vraagt een transparante arbeidsmarkt, waarbij vraag en aanbod elkaar gemakkelijk kunnen vinden. De RWI constateert dat internet hiervoor mogelijkheden biedt, maar dat nu nog niet iedereen in staat is zijn of haar weg hierin te vinden. Van belang is ook dat er meer aandacht komt voor de niet-uitkeringsgerechtigden (nuggers). Zij vormen meer dan de helft van de werklozen. Onder hen zijn veel zelfredzamen, maar ook mensen die wel hulp nodig hebben om een baan te kunnen vinden.
Verslag aanbieding Arbeidsmarktanalyse 2011