ZOEK

Mensen met arbeidsbeperkingen en werkgevers geholpen met goede loonwaardemeting

27|11|2009

Loonwaardemeting is één van de instrumenten gericht op het wegnemen van obstakels voor mensen met arbeidsbeperkingen. Loonwaardemeting bepaalt wat de productiviteit van een werknemer is op een specifieke werkplek en maakt daarmee maatwerk mogelijk bij het bepalen van de hoogte van een eventuele tegemoetkoming aan werkgevers. Op dit moment zijn er meerdere methoden om loonwaarde te meten in gebruik. De Raad voor Werk en Inkomen (RWI) adviseert om vier methoden te gebruiken in de pilot Loondispensatie, waarmee het kabinet volgend jaar een start maakt naar aanleiding van het advies van de commissie fundamentele herbezinning Wet sociale werkvoorziening. Het RWI-advies om vier methoden te gebruiken volgt uit het onderzoek ‘Aan de slag met loonwaardemeting’ dat de RWI op verzoek van de staatssecretaris van SZW heeft laten uitvoeren en dat vandaag gepresenteerd wordt. In dit onderzoek is een inventarisatie gemaakt van bruikbare methoden om loonwaarde vast te stellen.

Loonwaardemeting is bedoeld om systematisch in beeld te brengen welk deel van het (reguliere) loon in een specifieke functie verdiend kan worden door een werknemer met beperkingen. Dit biedt de mogelijkheid om de loonkosten voor de werkgever te baseren op de door de werknemer geleverde productiviteit. Het voordeel van het inzetten van een loonwaardemethode is dat deze productiviteit meer systematisch en minder subjectief in beeld kan worden gebracht. De betrouwbaarheid van loonwaardebepaling met behulp van een methode is daardoor aanzienlijk groter dan zonder methode. Dit vergroot de kans op snelle plaatsing van een persoon met een arbeidsbeperking. Wel blijkt uit het onderzoek dat volledig objectieve loonwaardemeting niet mogelijk is. Elke onderzochte methode hanteert subjectieve beoordelingselementen.

Er blijken diverse methoden te worden gehanteerd om loonwaarde te meten. Vier methoden kunnen volgens de RWI in de pilot gebruikt worden. Verdere doorontwikkeling van deze methoden is echter wenselijk, mede omdat nog niet volledig duidelijk is of de methoden op dit moment voldoende betrouwbaar zijn. De methoden verschillen in de mate van diepgang en bewerkelijkheid en kunnen daarom in de pilot naast elkaar worden ingezet. Juist in de pilot kunnen de mogelijkheden en beperkingen van de verschillende methoden nader in de praktijk worden getoetst.

Aanleiding voor het onderzoek is het voornemen van de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om in het kader van de Tijdelijke wet pilot loondispensatie in de gemeentelijke praktijk loonwaardemeting te beproeven. De RWI adviseert om de vier nu bruikbare loonwaardemeetmethoden in de pilot in te zetten. Ook vindt de RWI het wenselijk dat gemeenten die deelnemen aan de pilot de mogelijkheid krijgen om meerdere van deze loonwaardemeetmethoden te hanteren. Ten slotte vindt de RWI het belangrijk om te komen tot een uniformering van het loonwaardebegrip.