ZOEK

Deeltijd-WW impuls voor scholing op de werkvloer

09|11|2009

Onderzoek constateert echter ook knelpunten

De scholingsverplichting bij werktijdverkorting (WTV) en deeltijd-WW geeft een impuls aan scholing. Ook werknemers die tot op heden niet of nauwelijks geschoold werden, krijgen nu wel een aanbod. Met name in de beginperiode gaat het vaak om interne scholing en korte externe cursussen. Bedrijven lopen echter tegen een aantal knelpunten aan. Bij langere scholingstrajecten is bijvoorbeeld de financiering een probleem. Ook zou de voorlichting beter kunnen. Dit constateert de Raad voor Werk en Inkomen (RWI) in de notitie ‘Scholing in Crisistijd’ die begin november gepresenteerd werd. 

Scholing neemt in het pakket van crisismaatregelen die het kabinet begin dit jaar heeft genomen een belangrijke plaats in. Bedrijven die in aanmerking willen komen voor WTV en deeltijd-WW zijn verplicht hun werknemers in de vrijgekomen tijd te scholen. Deze scholing is gericht op het behouden of vergroten van de inzetbaarheid van de werknemers. De RWI heeft onderzoek laten verrichten naar deze scholingsactiviteiten.

Uit het onderzoek komt naar voren dat de meeste betrokkenen zich er voor inzetten om een goede invulling te geven aan de scholingsverplichtingen. In eerste instantie worden voornamelijk interne en kortdurende trainingen georganiseerd. Interne trainingen kunnen de bedrijfscultuur een positieve impuls geven en kosten weinig. Bij externe trainingen gaat het vaak om praktische en basale kennis die nodig is voor het werk of om mensen breder inzetbaar te maken. Meestal gaat het nog om korte trainingen. Scholing mag de lopende productie namelijk niet in de weg zitten en als de orderportefeuille aantrekt, zijn de mensen meteen weer voor hun volle aantal uren nodig. Hier en daar lukt het ook om wat langere maatwerkcursussen te organiseren.

Al met al hebben de scholingsverplichtingen in het kader van WTV en deeltijd-WW in verschillende bedrijven een impuls gegeven aan scholing. Bedrijven die voorheen weinig (planmatig) aan scholing deden zijn gestimuleerd om hierover na te denken en activiteiten te ontwikkelen. In andere bedrijven was de productie de afgelopen jaren soms zo hoog dat men niet aan scholing toekwam. Ook werd nu scholing aangeboden aan werknemers voor wie dat voorheen niet of minder gebruikelijk was.

Ondanks deze positieve berichten lopen de meeste bedrijven ook tegen een aantal knelpunten aan. Er is nog veel onduidelijkheid over wat mag en wat niet mag. Daarnaast vergt de praktische organisatie veel van het improvisatievermogen binnen bedrijven. Diverse bedrijven uit het onderzoek hebben bovendien moeite om – juist in tijden van crisis - geld vrij te maken voor scholing. Dit knelpunt zal sterker gaan spelen naarmate bedrijven in vervolgperioden meer willen inzetten op externe scholing. Naarmate bedrijven langer gebruik maken van de deeltijd-WW stijgt ook de behoefte aan ideeën en inspiratie.

Uit het onderzoek komt naar voren dat bedrijven behoefte hebben aan meer en betere ondersteuning en voorlichting. De RWI roept daarom mobiliteitscentra, sectoren en regio’s op actief te kijken naar mogelijkheden om bedrijven beter te ondersteunen. Daarnaast worden de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het UWV gevraagd het bestaande voorlichtingsmateriaal uit te breiden. Tevens vraagt de RWI aandacht voor de beschikbaarheid van publieke financiering voor bedrijfsinterne scholing in crisistijd.