Door het stellen van een adequate diagnose waarbij kansen en belemmeringen van cliënten eenduidig in kaart worden gebracht, kunnen re-integratietrajecten effectiever worden ingezet. Dit leidt tot een beter resultaat en kostenbesparing. Op dit moment wordt de diagnosestelling binnen het re-integratieproces in Nederland op verschillende manieren ingevuld. De RWI meent dat er nog een verbeterslag mogelijk is bij de toepassing van diagnose-instrumenten. Verdere professionalisering hiervan is dan ook noodzakelijk. Dit stelt de Raad voor Werk en Inkomen (RWI) in zijn advies ‘Diagnose bij re-integratie: Analyse en aanbevelingen’ dat vandaag gepresenteerd wordt. In het advies worden aanbevelingen gedaan om deze professionalisering nader vorm te geven.
Voor de re-integratie van gedeeltelijk arbeidsgeschikten, werkzoekenden en (niet)uitkeringsgerechtigden wordt, inclusief gesubsidieerde arbeid, jaarlijks een omvangrijk budget van circa 2 miljard euro beschikbaar gesteld. Voor een effectieve en efficiënte besteding hiervan is het noodzakelijk de vraag te beantwoorden welke cliënt op welk moment welke dienstverlening, of helemaal geen dienstverlening, nodig heeft. De RWI formuleert in zijn advies, gericht aan gemeenten en UWV, een groot aantal aanbevelingen om deze vragen door een goede diagnosestelling te beantwoorden.
De RWI is van mening dat het van groot belang is dat voor alle cliënten eerst een algemene screening plaatsvindt. Daarin wordt bepaald of de werkzoekende op eigen kracht werk kan vinden of niet. Zo wordt voorkomen dat werkzoekenden die het niet nodig hebben toch een kostbare dienstverlening krijgen, wat zelfs kan leiden tot een langer verblijf in de uitkering. Door een goede algemene screening, en vervolgens een juiste diagnosestelling over welke dienstverlening wel nodig is, kan de effectiviteit van re-integratie aanzienlijk verbeterd worden. Het diagnoseproces kan tegen relatief lage kosten worden uitgevoerd door gebruik te maken van een goed diagnose-instrument of door zelf een diagnose-instrument te ontwikkelen.
De RWI gaat in het advies ook in op de rol van de werkcoaches en van de cliënten zelf. Een goed functionerend diagnoseproces maakt het werk voor de werkcoaches makkelijker, prettiger en vooral beter. De cliënt moet centraal staan in het diagnoseproces. Een diagnose die door alle partijen gedragen wordt, vergroot de effectiviteit van het re-integratietraject.
Professionalisering van het diagnoseproces is noodzakelijk. Door gebruik te maken van ervaringsgegevens, door de voortgang van re-integratie en de behaalde resultaten te monitoren, door over alle cliënten dezelfde soort informatie geordend te verzamelen, wordt het diagnoseproces verbeterd. Als over alle cliënten dezelfde soort informatie op dezelfde wijze geordend wordt, kan die informatie gebruikt worden om na te gaan welke re-integratie-instrumenten voor welke cliënten het beste resultaat opleveren. Ook worden hierdoor waarborgen ingebouwd voor een goede oordeelsvorming door de werkcoach. Het is uiteraard niet het doel alle cliënten op dezelfde manier te behandelen: maatwerk voor de cliënt blijft het uitgangspunt. De uiteindelijke winnaar is de werkzoekende. Deze krijgt immers kwalitatief betere hulp bij zijn re-integratie.
Het advies is (mede) gebaseerd op twee onderzoeken die de RWI heeft laten uitvoeren. Het onderzoek 'Naar de methodische diagnose' beschrijft en vergelijkt veertien vormen van diagnosestelling die UWV en gemeenten in Nederland gebruiken. Het onderzoek 'Diagnose-instrumenten bij re-integratie' vergelijkt de inzet van diagnose in een aantal buitenlanden.