In deze werkwijzer vindt u een antwoord op een aantal praktische vragen. We hopen dat dit vooral de praktische drempels om te gaan scholen weg kan nemen. Maar er is meer nodig. Het ontwikkelen en opzetten van een zinvol scholingsbeleid binnen bedrijven vergt een behoorlijke investering: in tijd, aandacht, creativiteit, expertise en geld. Het is belangrijk alle lagen in de organisatie op een goede manier te betrekken: bedrijfsleiding, middenmanagement, werknemers en werknemersvertegenwoordigers. Dat bevordert het draagvlak en de motivatie, maar kan ook goede ideeën voor zinvolle cursussen en opleidingen opleveren. En dat kan de opbrengst van scholing weer ten goede komen. Uiteindelijk is iedereen erbij gebaat als medewerkers bij kunnen blijven en zich verder kunnen ontwikkelen.
Het is belangrijk de aandacht voor scholing vast te houden. We noemen een paar belangrijke aanknopingspunten:
Wie eens in de zoveel tijd nadenkt over ontwikkelingen in het bedrijf en de branche zal gemakkelijker in staat zijn vorm te geven aan zinvolle scholing van werknemers. De volgende vragen bieden goede aanknopingspunten.
CHECKLIST √ Wat zijn relevante ontwikkelingen in het vak en de stand der techniek? Wat betekent dit voor de competenties van de medewerkers in het bedrijf? √ Hoe staat het met de vergrijzing, hoeveel werknemers gaan de komende jaren met pensioen? Komen er voldoende mensen van de opleiding om hen te vervangen? √ Hoe ontwikkelt de vraag naar onze producten zich? En wat betekent dit voor de gewenste competenties? √ Verwachten we de komende jaren knelpunten bij het vervullen van vacatures? Zijn er medewerkers die kunnen opschuiven naar hoger niveau?
Informeert u ook eens bij de brancheorganisatie, het kenniscentrum of O&O-fonds naar de verwachte ontwikkelingen in de branche. Ook werknemers doen er goed aan regelmatig na te denken over hoe het staat met hun kennis.
Er zijn verschillende instrumenten om medewerkers te prikkelen tot nadenken:
Het inbouwen van vaste momenten waarin aandacht is voor scholing kan belangrijk zijn:
Veel bedrijven maken rustige en drukke perioden mee. In rustige tijden is er wel tijd, maar niet altijd geld om te scholen. In drukke tijden is er juist wel geld maar geen tijd. Het is verstandig in drukke tijden geld op zij te leggen voor scholing, in een apart (en geoormerkt) budget. Overschotten uit bepaalde jaren kunnen dan worden gebruikt in daaropvolgende perioden waarin er wel tijd is om te scholen. Dit voorkomt dat er in rustige tijden geen geld is om te scholen.
Het is al eerder genoemd: scholing is een verantwoordelijkheid van de werkgever èn de werknemer. Het is belangrijk te (blijven) benoemen wat er van de werknemer wordt verwacht. Daarnaast is het belangrijk duidelijk aan te geven wie binnen het bedrijf verantwoordelijk is voor de invulling van scholingsplannen en de uitvoering daarvan. Dan weten werknemers bij wie ze moeten zijn, en is het beter mogelijk om structurele aandacht in het bedrijf te waarborgen.
Dit antwoord in PDF